Welkom op deze website die geheel is gewijd aan de schaaksport. Hier kun je alles lezen en leren over het schaakspel en gerelateerde onderwerpen. De artikelen zijn vooral een heel goede bron als je graag meer wilt leren over schaken, maar ook als je al wat langer schaakt, dan kun je hier heel interessante informatie vinden. Je leest bijvoorbeeld over de populariteit van schaak in Nederland, welke toernooien en activiteiten door de Zeeuwse Schaakbond worden georganiseerd, welke schaakplekken je echt een keer moet hebben bezocht, over bekende schaakspeler en -schrijvers en over belangrijke toernooien. Schaken is erg populair in Nederland. De Koninklijke Nederlandse Schaakbond werd al in 1873 opgericht en is een van de oudste sportbonden in Nederland.

Schaakbord

Schaak is een strategisch bordspel voor twee spelers. Het wordt gespeeld op een speelboard met 64 velden. Deze velden zijn verdeel over een bord van acht bij acht velden. Het bord is dus vierkant en witte en zwarte velden worden telkens afgewisseld. De horizontale velden zijn de rijen en hebben een nummer van 1 tot en met 8. De verticale velden worden lijnen genoemd en elk veld heeft een letter van a tot en met h. Op deze manier kan worden aangeduid op welk veld een schaakstuk zich bevindt. Het doel van schaak is om de tegenstander schaakmat te zetten, door de koning zo in te sluiten dat hij niet meer kan ontsnappen. Wereldwijd spelen miljoenen mensen schaak.

Schaakstukken

Elke speler heeft aan het begin van het spel 16 schaakstukken, namelijk een koning, een koningin, twee torens, twee paarden, twee lopers en acht pionnen. Elk van de zes soorten stukken mag op zijn eigen manier over het bord bewegen. De koningin mag de meeste soorten bewegingen maken en wordt daarom gezien als het sterkste schaakstuk. De pion is het zwakste stuk. Om het voor elkaar te krijgen om de koning schaakmat te zetten, moeten de overige stukken strategisch worden ingezet om elkaar te slaan. De stukken van de beide tegenstanders kunnen elkaar aanvallen en slaan. Hierbij kunnen de stukken van één speler elkaar beschermen, zodat zij niet ongestraft geslagen kunnen worden.

Beginopstelling

Het schaakspel begint altijd met een vaste opstelling. De stukken van beide spelers staan aan de eigen kant van het speelbord opgesteld volgens een vast patroon. Aan het begin van het spel staat de koning van de ene tegenstander op veld e1 en die van de andere op e8. De koningin staat naast de koning op d1 en d8. Daar weer naast staan de twee lopers, op de velden c1 en f1 en c8 en f8. Daarnaast staan de paarden, op b1 en g1 en b8 en g8. Aan de buitenkant staan de torens op a1 en h1 en a8 en h8. De pionnen staan in een rij voor deze stukken. De acht pionnen staan dus op alle velden van de rijen 2 en 7.

Hoe de schaakstukken bewegen

De koning mag slechts een stap tegelijk zetten. Dit mag horizontaal, verticaal en diagonaal zijn. Eenmaal per spel mag de koning onder bepaalde voorwaarden ook een zogeheten rokade maken. De koningin of dame mag vrij bewegen. Dit stuk mag horizontaal, verticaal en diagonaal bewegen met een aantal stappen naar wens. De koningen kan dus in feite overal naartoe bewegen. De torens zijn ook sterke stukken. Zij mogen alleen horizontaal en verticaal bewegen, maar wel over het hele bord. De lopers mogen juist alleen diagonaal bewegen. De bewegingen van de koningin zijn dus eigenlijk een combinatie van die van de toren en de loper. Het paard maakt paardensprongen en is het enige stuk dat over andere stukken heen kan springen. Het beweegt in een L-vorm, dus twee velden verticaal en een horizontaal of twee velden horizontaal en een verticaal.

Pionnen

Pionnen hebben de minste opties. Bij de eerste zet mogen ze een of twee velden recht vooruit. In de rest van het spel mogen ze enkel één veld recht vooruit. Slaan gaat diagonaal en naar voren. De pion mag dus enkel vooruit en niet achteruit. De pion heeft echter een paar bijzonderheden. Zo mag deze een andere pion ‘en passant’ slaan. Dit kan als de pion bij de eerste zet twee velden vooruit gaat en hierbij een veld passeert dat door een pion van de opponent wordt bedreigd. De pionnen komen dan naast elkaar te staan. In dat geval mag de pion die aan zet is de andere slaan alsof hij maar een enkel veld vooruit was gezet. De andere bijzonderheid van de pion is het promoveren. Als een pion de overkant van het bord weet te bereiken, dan mag deze worden ingeruild voor een koningin, toren, paard of een loper.

Einde van het spel

Het doel van schaken is om de koning schaakmat te zetten, maar het spel kan ook op andere manieren eindigen. Zo mag een speler opgeven als hij vermoedt dat hij niet meer kan winnen. De andere speler zal hiermee meestal akkoord gaan. Een derde optie is eindigen in een patstelling. Dit houdt in dat de koning niet schaak staat, maar waarin ook geen reglementaire zet kan worden gedaan door de speler die aan zet is. Het spel eindigt hiermee in een remise, een onbesliste partij. Een remise kan ook worden aangeboden door een van de spelers. De andere speler mag hier wel of niet mee akkoord gaan. Een remise kan ook op enkele andere manieren teweeg worden gebracht.

De geschiedenis van het schaakspel

De eerste versie van schaak werd al heel lang geleden gemaakt. Het spel is ontstaan in India en in de zesde eeuw bestond er een versie die chaturanga heette. Dit vertaalt zich in ‘vier afdelingen van het leger’. Deze divisies waren de infanterie, de cavalerie, olifanten en strijdwagens. Deze werden gerepresenteerd door respectievelijk de pion, het paard, de loper en de toren. Rond 600 na Christus werd het spel in Perzië verder ontwikkeld onder de naam shatranj. Het spel werd overgenomen door Moslims na de verovering van Perzië.

In de negende eeuw bereikte het spel West-Europa en Rusland en tegen het jaar 1000 was het door heel Europa verspreid. Rond 1200 werden de regels van het shatranj in Zuid-Europa aangepast. Er werden ongeveer 1.475 veranderingen doorgevoerd, waarmee het spel in essentie zo werd als het nu is. Het oudste nog bewaarde gedrukte schaakboek dateert al uit 1475. Tegen de achttiende eeuw verplaatste het Europese schaken zich naar Frankrijk. Er werd steeds meer schaak gespeeld en in de negentiende eeuw ging de ontwikkeling heel snel.

Eerste wereldkampioenschap

Het eerste moderne schaaktoernooi werd al in 1851 in Londen gehouden. Aan het einde van de negentiende eeuw nam het aantal wedstrijden en toernooien steeds verder toe. In 1886 versloeg de Praagse Wilhelm Steinitz de Duitse meester Johannes Zukertort, die op dat moment de beste was. Dit wordt gezien als het eerste officiële wereldkampioenschap schaak. In 1894 raakte Steinitz zijn titel kwijt aan de veel jongere Duitse wiskundige Emanuel Lasker, die de titel 27 jaar wist vast te houden. Uiteindelijk maakte een wonderkind uit Cube, Jose Raul Capablanca, een einde aan de Duitse dominantie binnen het schaak. Hij wist acht jaar ongeslagen te blijven tijdens toernooien. Zijn opvolger was de Russisch-Franse Alexander Alekhine, die ik 1946 overleed als wereldkampioen. Tussendoor was hij zijn titel tijdelijk kwijtgeraakt aan de Nederlander Max Euwe.

Periode na de Tweede Wereldoorlog

Nadat Alekhine was overleden moest men op zoek naar een nieuwe wereldkampioen in een toernooi van sterspelers. Dit werd door de FIDE (de Wereldschaakbond) georganiseerd. Sindsdien controleert deze organisatie de titel. Met de winnaar van het toernooi, de Rus Mikhail Botvinnik, begon een periode van Sovjetdominantie binnen de schaakwereld. Tot het einde van de Sovjet-Unie wist alleen de Amerikaan Bobby Fisher deze traditie te doorbreken. Grote schakers als Anatoly Karpov en Gary Kasparov hebben de titel in handen gehad. Op dit moment is de Noor Magnus Carlsen wereldkampioen bij de mannen en de Chinese Tan Zhongyi bij de vrouwen. Magnus Carlsen is overigens ook actief als model.

Schaken nu en in de toekomst

Schaak is absoluut een van de oudste en meest populaire denksporten ter wereld. Het hoort bij onze moderne cultuur. Het leren van schaak en er goed in worden wordt gezien als iets wenselijks. De opkomst van informatietechnologie heeft een grote en zeer positieve invloed gehad op de schaakwereld. Er was een snelle toename in informatie en bewustwording over schaken en mogelijkheden om wereldwijd te spelen. Computers maakten het mogelijk om zowel tegen de computer te schaken als tegen spelers over de hele wereld. Schaak zal ook in de toekomst geliefd blijven en dankzij nationale en internationale opleidingsmogelijkheden zullen we nieuwe spelers blijven aansluiten, zowel op amateurniveau als op professioneel niveau. Schaak wordt vaak onderwezen op scholen, waar ook schaakclubs zijn. In het leger wordt schaak gebruikt om soldaten en officieren te trainen. Het is een mooie denksport die van zeer jonge tot zeer hoge leeftijd gespeeld kan worden.